Ga verder naar de inhoud

Zet AI in voor kansengelijkheid in de klas

31.10.2025

De trein is vertrokken: 39% van de Vlaamse leraren gebruikt al AI in de klas, zo blijkt uit de nieuwste TALIS-enquête. Tegelijk voelt amper 29% zich voorbereid om les te geven in meertalige en multiculturele contexten. In deze blog pleiten Orhan Agirdag (KU Leuven, Academica Hogeschool) en Barend Last (onderwijsmaker) niet voor een zoveelste onderwijsvernieuwing, maar wél voor investeringen in infrastructuur en professionele opleidingen. Zodat AI écht helpt: minder administratieve rompslomp, meer tijd voor de kerntaak, en betere ondersteuning in superdiverse klaspraktijken.

Internationale lerarenenquête TALIS

AI-gebruik

De nieuwste editie van de internationale lerarenenquête (TALIS) is recentelijk gepubliceerd. Daaruit blijkt onder andere hoe leraren omgaan met maatschappelijke veranderingen zoals digitalisering en diversiteit. Opvallend: het zijn al lang niet meer alleen leerlingen die kunstmatige intelligentie (AI) gebruiken. In Vlaanderen zegt 39% van de docenten AI in het werk in te zetten (vergelijkbaar met het OESO-gemiddelde van 36%).

Vlaamse leraren gebruiken AI vooral om lesplannen of lesactiviteiten te genereren (58%) of om op een efficiënte manier te leren over een onderwerp en het samen te vatten (55%). Minder vaak zetten ze AI in om studenten met specifieke onderwijsbehoeften te helpen (29%), het analyseren van leerresultaten (18%) en het werk van leerlingen te beoordelen (21%).

Kansen van AI in onderwijs

Onder de leraren die géén AI gebruiken, geeft 80% als reden aan onvoldoende kennis en vaardigheden te hebben om met AI les te geven. Dat is verontrustend. Niet omdat we willen meehollen met een hype, maar omdat AI leraren kan ontlasten bij arbeidsintensieve taken én kansen biedt die tot voor kort ondenkbaar waren.

Die kansen zijn urgent in superdiverse klaslokalen. Uit dezelfde TALIS-gegevens blijkt dat slechts 29% van Vlaamse leraren zich goed voorbereid voelt om les te geven in meertalige en multiculturele contexten. Dat is niet verwonderlijk, maar wél problematisch aangezien alle leraren te maken hebben met talige en culturele diversiteit. Hier dringt zich een vraag op: waarom investeren we zo weinig in technologie die leraren juist op deze punten kan ondersteunen? AI - of preciezer: taaltechnologie – kan hier het verschil maken.

Kansen van AI voor kansengelijkheid in onderwijs
Midjourney

Dit is geen pleidooi voor de zoveelste onderwijsvernieuwing. De TALIS-cijfers laten óók zien dat vele leraren verandermoe zijn. Dat verdient begrip, maar mag geen excuus worden om stil te blijven staan terwijl ongelijkheid groeit.

Opvallend is dat het rapport digitale tools en AI als aparte categorieën behandelt. Alsof AI iets buitenaards is, in plaats van gewoon de volgende generatie digitale hulpmiddelen. Die kunstmatige scheiding verklaart wellicht onze aarzeling: de angst om vervangen te worden.

Techno-optimisme

Onterecht. Laten we helder zijn: techno-optimisten die watertanden bij het idee dat computers leraren vervangen, zitten mis. De geschiedenis herhaalt zich vermoeiend vaak. Bij iedere technologische golf – van radio tot VHS - dook dezelfde mythe op dat technologie de mens overbodig maakt. De eerste teaching machine van Sidney Pressey – die leraren zogezegd zou vervangen – is letterlijk 100 jaar oud. Veertig jaar later zou onderwijstelevisie het klaslokaal transformeren. Telkens dezelfde belofte, telkens dezelfde misrekening. De leraar, met professionaliteit en relationeel vermogen, is en blijft onvervangbaar.

Dat betekent niet dat de rol van de leraar onveranderd blijft. Bij elke grote technologische revolutie paste het beroep zich aan. Met de boekdrukkunst werd leren op afstand mogelijk en konden dus meer mensen bijleren, eenmaal de rekenmachine werd uitgevonden, verdween het berekenen van vierkantswortels uit het curriculum. Steeds vulden leraren hun rol opnieuw in. Het is dan ook minder verandermoeheid, en meer een gebrek aan het faciliteren van veranderbereidheid, dat ons parten speelt.

Techno-pessimisme

Aan de andere kant kijken techno-pessimisten met oogkleppen naar risico’s: van ecologische voetafdruk tot privacy en bias. Dat zijn serieuze aandachtspunten, maar AI verdwijnt niet. Dat betekent níet dat we risico’s mogen bagatelliseren. Integendeel: we hebben een kritische, normatieve én praktische houding nodig. Cruciaal daarbij is dat we AI niet vergelijken met de niet-bestaande perfecte mens. De vraag is niet of AI wel of niet gebiased is, maar of mensen zonder AI méér of mínder bias en voetafdruk hebben. Wetenschappelijke studies laten zien dat het antwoord steevast genuanceerder is dan de doemscenario’s suggereren.

Neem de talige dimensie. Taaltechnologie creëert kansen voor superdiverse klassen. Een chatbot kan leerlingen ondersteunen in hun thuistaal, beeldgeneratoren kunnen culturele diversiteit zichtbaar maken, en automatische vertaling kan drempels verlagen. Maar diezelfde talige aard brengt risico’s: taalmachines worden bestuurd in natuurlijke taal (prompts), en wie beter prompt, haalt meer uit de interactie. Zo kan de technologie zowel kansengelijkheid vergroten als de kloof verdiepen – niet omdat de techniek dat doet, maar omdat wij nalaten haar gericht in te zetten bij wie haar het hardst nodig heeft.

Investeren in infrastructuur en professionalisering

Des te urgenter is het dat onderwijsbesturen investeren in soevereine infrastructuur en moderne professionalisering: opleidingen die leraren toerusten met didactisch-pedagogische, technische én ethische handvatten. Niet alleen scholen; ook leveranciers moeten transparantie en waarborgen bieden (privacy, veiligheid, toegankelijkheid). En overheden moeten toegankelijke, bij voorkeur gratis, publieke voorzieningen borgen. Een inspirerend voorbeeld is Estland, dat AI landelijk integreerde in curriculum en onderwijsorganisatie.

Wie moet profiteren van AI?

De ironie is dat AI leraren juist kan helpen met wat zij in TALIS het hardst nodig achten: minder administratieve rompslomp, meer tijd voor de (pedagogische) kerntaak, en betere mogelijkheden om lessen af te stemmen op individuele behoeften in superdiverse klaspraktijken. Maar dat vraagt wél om nu te investeren, voordat de kloof onoverbrugbaar wordt.

De vraag is dan ook niet langer óf AI het onderwijs verandert; die trein is vertrokken. De vraag is wie profiteert: alleen leerlingen op goed uitgeruste scholen met digitaal vaardige leraren, of iedereen? Als we nu niet landelijk ingrijpen, wordt AI opnieuw een instrument dat ongelijkheid vergroot in plaats van verkleint. Dan hebben we over een paar jaar weer een TALIS-rapport nodig om vast te stellen dat we opnieuw de boot hebben gemist.

Referenties

Lees/r meer

Taalapps voor meer inclusie op de werkvloer

Hoe kan je als bedrijf je anderstalige medewerkers helpen om Nederlands te leren? Taalapps kunnen taallessen meer persoonlijk maken en aanpassen aan onregelmatige werkuren. Saskia Verschueren en Steffen Luypaert van Linguineo maakten een overzicht van de features die van taalapps een succes kunnen maken.

Willen leerlingen door AI geen vreemde taal meer leren?

Zijn jongeren in het AI-tijdperk nog voldoende gemotiveerd om zelf een nieuwe taal te leren? Katrien Dewaele (UCLL) bespreekt hun AI-gebruik en motivatie, en geeft tips voor taalleerkrachten.

Hoe kan je AI inzetten in het leerproces? Zoek de zweetzone!

Wat win je als mens aan het gebruiken van AI? Yannick Willems van Learning Bites zet ChatGPT juist in om zelf slimmer te worden. Door AI niet alleen als shortcut te gebruiken, maar juist als hulpmiddel om jezelf op nieuwe manieren uit te dagen en zo bij te leren.

AI en de toekomst van werk

Opleiding - Brussel - FARI

Artificiële Intelligentie als collega-changemaker voor sociale innovatie

handleiding - online - Sociale InnovatieFabriek

Barend Last

Leraar Groep 3 (Nederland), onderwijsmaker en schrijver

Liefhebber van verhalen, in woord en beeld. Mijn passie ligt in het inspireren van anderen, met een sterke focus op ontwikkeling, innovatie en technologie. Humor staat hoog in het vaandel en ik leef volgens het credo dat je nooit te oud bent om te leren. Ik schrijf voor kinderen en volwassenen.

Mijn expertisegebied omvat onderwijsontwerp, blended learning, didactiek, kunstmatige intelligentie, beleid en -innovatie.

Orhan Agirdag

Hoogleraar pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven en gastprofessor Academica Hogeschool

Prof. dr. Orhan Agirdag is hoogleraar pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven, kroonlid van de Onderwijsraad, ERC laureate en gastprofessor aan Academica UoAS. Voorheen was hij werkzaam als docent aan de Universiteit van Amsterdam, als Fulbright Fellow aan UCLA en als lid van De Jonge Academie. Het onderzoekslaboratorium van prof. dr. Agirdag richt zich op onderwijsongelijkheid, meertaligheid en AI onderwijstechnologie. Hij heeft meer dan 150 publicaties op zijn naam staan, die samen meer dan 4500 keer zijn geciteerd. Zijn onderzoek is bekroond met meerdere prijzen en gefinancierd door organisaties zoals het FWO, NWO en de EU. Hij wordt regelmatig uitgenodigd voor keynote speeches, en zijn opinies verschijnen frequent in Belgische en Nederlandse media.

Deel op social media

Een AI-assistent voor leerkracht en leerling

23 september 2026

Webinar - Online - VAIA & Departement Onderwijs en Vorming

Evalueren en leren in het AI-tijdperk

30 september 2026

Webinar - Online - VAIA & Departement Onderwijs en Vorming

Van AI tot Z: AI-training voor bi­bli­o­theek­me­de­wer­kers

21 september 2026

Training - Sint-Niklaas - Hub-C, VAIA